Er komt een einde aan twee jaar Afrika voor ons. Naarmate september verstrijkt, en de herfst zich dus definitief nestelt in het hoge noorden daar, komt onze enkele vlucht richting België dicht, zeer dichtbij.
Voor ons ligt een wat ongewisse toekomst, achter ons een uiterst interessante periode. Twee jaar is zo om, dat weet eigenlijk iedereen, maar als je eraan begint lijkt het zo’n eeuwigheid.
Wat is er gedenkwaardig, om bij te houden ? Dat valt moeilijk te zeggen nu, de tijd slijt zulke immense ervaringen af tot zijn essentie, traag maar zeker. In ieder geval zijn we meer wereldburger, willens nillens geglobaliseerder en in zekere zin ook wijzer denk ik. Of je daar dan ook beter van wordt weet ik niet. Lim in ieder geval wel. Zij speelde twee mooie jaren buiten, kreeg tonnen aandacht en zorg, en ontwikkelde zich in sneltempo tot een taalvaardig mini-mensje. We gaan daar nog van horen, van dat kind.
Voor mezelf is dit verblijf interessant vanuit menselijk standpunt : cultureel maar ook mentaal. In deze totaal andere maatschappij leer je veel over jezelf, je eigen cultuur en ook over hoe het anders ook kan. En vanop een afstand bekeken is België op zijn manier evenzeer een ‘apenland’. Professioneel is vooral interessant om te zien hoe het ontwikkelingswerk in praktijk functioneert. Na twee jaar werk in ‘het noorden’ (bij Broederlijk Delen in Brussel) was deze ervaring op het terrein een uiterst boeiende aanvulling die vraagt om een genuanceerde en uitvoerige verwerking in een traktaat waar ik nog wat op moet broeden.
Wat echter het meest zal blijven hangen is het leven hier. Het dagelijkse Afrikaanse ritme, de eeuwige zon (en er is een band tussen die twee) , de manier waarop mensen je hier bejegenen, de prachtige natuur, de eenvoud, de vriendschappen (niet heel veel, maar steeds van waarde), de avonturen, kortom het ‘zijn’.
Wanneer ik vroeger met mensen sprak die langere tijd in Afrika gewoond hadden en daar om welke reden dan ook vertrokken waren, kenmerkte hen steeds een lichte weemoed. (zoiets als onze kolonialen ook wel eens uitstralen) Nu pas herken ik de aard van die weemoed, en ik verwacht ze dan ook bij mezelf, vroeg of laat, terug te vinden. Het zij zo, het bewijst de waarde van deze periode.
Nu dan : nog minder dan drie weken en wij staan weer midden in de drukte, maar wel omringd door hen die we moesten missen, of die ons misten. En ook dat is mooi, het weerkeren, het kunnen weerkeren. Misschien is het wel door dat besef dat een mens exploten als het onze doet. De wetenschap dat er steeds thuis is, een basis, een heim. Lim kijkt er ook al naar uit.
Tot dan !















